20260330 Nederlanders verdienen meer maar zetten extra inkomen vooral opzij

De loonstijging speelde de grootste rol. De totale beloning van werknemers nam met 6,4% toe. Het aantal banen groeide met 1,5% en cao-lonen lagen gemiddeld 5% hoger dan een jaar eerder. Ook zelfstandigen zagen hun inkomen licht stijgen met 0,8%. Daarnaast namen uitkeringen met 5,8% toe, mede doordat deze gekoppeld zijn aan het minimumloon, dat met 5,6% werd verhoogd.
Eind 2025 hadden Nederlanders bij binnen- en buitenlandse banken ruim 540 miljard euro aan spaartegoeden en overige deposito’s staan – een stijging van 8,1% in één jaar tijd. Dat is de sterkste relatieve groei sinds 2003, toen de spaartegoeden met 9,4% toenamen.
In absolute termen groeide het spaargeld met 40,2 miljard euro. De combinatie van hogere lonen en terughoudend consumentengedrag wijst erop dat veel huishoudens voorzichtig blijven, ondanks de verbeterde koopkracht.
Tegelijkertijd nam ook de hypotheekschuld toe. Die groeide in 2025 met 48,1 miljard euro naar 935,9 miljard euro. Als percentage van het bbp steeg daarmee de hypotheekschuld van huishoudens verder, wat de kwetsbaarheid voor rentestijgingen of een dalende huizenmarkt vergroot.
Per saldo laat het beeld zien dat Nederlandse huishoudens financieel sterker staan dan een jaar geleden, maar dat de toegenomen welvaart zich niet vertaalt in hogere bestedingen. Of die omslag alsnog komt, hangt mede af van de ontwikkeling van de rente, de woningmarkt en het vertrouwen van consumenten in de economische vooruitzichten.
Bron: FD