

In 2025 publiceerde Ayvens Bank de eerste editie van dit onderzoek. Leggen we de resultaten van 2026 naast die nulmeting, dan tekenen zich scherpe contrasten af. Vooral bij de brede middenklasse. Die spaart lagere bedragen dan in 2025 en laat het saldo vaker over aan de waan van de dag. Een groot verschil met de Duitse spaarder, die juist vaker kiest voor de houvast van vaste maandbedragen.
Ondanks die afwachtende houding op de korte termijn, is er een duidelijke inhaalslag gaande voor de toekomst. Jongvolwassenen zijn massaal wakker geschud als het gaat om hun pensioen. Ze leunen niet langer achterover, maar nemen zelf de regie.
De belangrijkste conclusies en verschuivingen uit het Spaaronderzoek 2026 op een rij:
De basis voor onze ontspannen financiële houding lijkt te liggen in de opvoeding. Maar liefst 70% van de Nederlanders stelt van huis uit voldoende financiële kennis te hebben meegekregen. In Duitsland is dit met 56% beduidend lager. Ook is er weinig financiële onrust: slechts 16% van de Nederlanders maakt zich meer zorgen over hun financiën dan een jaar geleden (versus 36% in Duitsland).
Dat hoge zelfvertrouwen leidt echter niet tot meer structuur. Integendeel:
Trendvergelijking met 2025: De Hollandse gemakzucht groeit
Waar de Duitse spaarder een duidelijke trend vertoont richting meer structuur (een toename in vaste maandbedragen en spaarplannen), is in Nederland het tegenovergestelde zichtbaar. De Nederlandse spaarder is ten opzichte van 2025 juist flexibeler geworden, met een daling in vaste maandbedragen. Zonder financiële zorgen lijkt bij hen de prikkel te ontbreken om het spaargedrag structureel aan te passen.
Dat gebrek aan structuur is direct terug te zien in de maandelijkse inleg. De Nederlandse spaarder doet in 2026 een stapje terug. Waar vorig jaar de meeste mensen nog tussen de €250 en €500 per maand opzijzetten, is die brede middenklasse nu flink gekrompen.
De data toont een opmerkelijke 'squeeze' op de spaarmarkt, gedreven door twee verschuivingen:
Trendvergelijking met 2025: Samenklontering aan de onderkant
De verschuivingen zorgen voor een enorme stroom richting de categorie van €101 tot €250 per maand. Deze groep is in Nederland explosief gegroeid van 15% in 2025 naar 39% in 2026. De spaarmarkt is hierdoor in één jaar tijd veel sterker geconcentreerd geraakt rondom een lagere, maar stabiele maandelijkse inleg.
Toch is het financiële beeld niet alleen maar afwachtend. Als het gaat om de financiële toekomst op de lange termijn, is er sprake van een stevige inhaalslag. De grootste drijver hierachter is de jonge generatie.
Deze cijfers markeren een duidelijke omslag in het gedrag van jongvolwassenen. Ondanks twijfels over hun eigen financiële basiskennis, wachten ze niet langer op de overheid of werkgevers. Ze kiezen er steeds vaker voor om zelf financiële veiligheid in te bouwen voor de lange termijn.
Trendvergelijking met 2025: Een spectaculaire inhaalslag
In 2025 deed 39% van alle Nederlanders nog helemaal niets aan extra pensioenopbouw. In 2026 is die groep stevig gedaald naar 24%. Nederland loopt hiermee de ruime achterstand op de Duitse spaarder (waar 22% niets doet) in één klap in.
De resultaten van 2026 laten zien dat de Nederlandse spaarder op een kruispunt staat. We voelen ons veilig, maar laten daardoor kansen liggen om meer uit ons geld te halen. Door het spaargedrag te structureren, bijvoorbeeld met een vast maandbedrag of een duidelijk doel, creëer je niet alleen rust op de korte termijn, maar bouw je ook effectiever aan een buffer voor later. Precies zoals de jonge generatie dat nu al doet voor hun pensioen.
Het Spaaronderzoek 2026 is in mei 2026 uitgevoerd door onderzoeksbureau Dynata in opdracht van Ayvens Bank. Er zijn in totaal 2.027 respondenten ondervraagd (1.020 in Nederland en 1.007 in Duitsland) van 18 jaar en ouder die aangeven te sparen. Het onderzoek geeft een actueel beeld van spaargedrag, financiële zekerheid en doelen in beide landen.