
Nederlanders sparen structureel meer dan vóór de coronacrisis
Tijdens de coronapandemie was de ontwikkeling echter veel extremer. De spaarquote liep in 2020 op tot ongeveer 24 procent en kwam in 2021 uit rond de 21 procent. Dat was uitzonderlijk hoog: huishoudens konden door lockdowns en andere beperkingen veel minder uitgeven, terwijl inkomens door onder meer overheidssteun grotendeels op peil bleven.
Na de coronapiek daalde de spaarquote weer. In 2023 bedroeg deze 14,5 procent, maar daarna liep hij opnieuw op naar 16,3 procent in 2024 en 17,3 procent in 2025. De huidige spaarquote ligt daarmee boven het niveau van vóór corona, maar nog altijd duidelijk onder de uitzonderlijke niveaus van de coronajaren.
De ontwikkeling kan erop wijzen dat huishoudens de afgelopen jaren voorzichtiger zijn geworden met hun geld. Mogelijk spelen daarbij verschillende vormen van onzekerheid een rol, zoals geopolitieke spanningen, inflatie en ontwikkelingen op de woningmarkt.
In het kort: corona zorgde voor een ongekende spaarpiek, maar ook na de pandemie zijn Nederlanders relatief veel blijven sparen. In 2025 lag de spaarquote zelfs weer iets boven het niveau van 2019.
Bron: Telegraaf, CBS


