Tweede Kamer stemt in met nieuwe vermogensbelasting vanaf 2028

12-02-2026

Tweede Kamer stemt in met nieuwe vermogensbelasting vanaf 2028

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met de nieuwe Wet werkelijk rendement box 3. Na jaren van politieke discussie en juridische procedures is er nu een definitief besluit over hoe vermogen in de toekomst belast wordt. Hoewel de wet nog door de Eerste Kamer moet, is het de bedoeling dat de regels op 1 januari 2028 ingaan.

Belasting over echte winst, niet over schattingen

De grootste verandering is de overstap van een fictief rendement (forfait) naar een werkelijk rendement. Voorheen rekende de Belastingdienst met een geschat winstpercentage. Vanaf 2028 wordt gekeken naar wat u daadwerkelijk heeft verdiend aan rente, dividend en koerswinst.

In het nieuwe stelsel wordt gewerkt met twee vormen van belasting:

  • Vermogensaanwasbelasting: Voor de meeste beleggingen, zoals aandelen en obligaties, betaal je jaarlijks belasting over de waardestijging. Dit gebeurt ook als je de beleggingen nog niet hebt verkocht; de zogenaamde 'papieren winst' wordt dus belast.
  • Vermogenswinstbelasting: Voor vastgoed (zoals een tweede woning) en belangen in start-ups geldt een uitzondering. Hierbij betaal je pas belasting op het moment dat je de bezitting echt verkoopt.

De belangrijkste cijfers op een rij:

  • Heffingsvrij resultaat: Het huidige heffingsvrije vermogen (€59.357 in 2026) vervalt. In plaats daarvan is de eerste €1.800 aan rendement (winst) per persoon vrijgesteld van belasting. Voor fiscale partners is dit €3.600.
  • Belastingtarief: Over het rendement boven deze grens betaalt u 36% belasting.

Een tijdelijke oplossing

Opvallend is dat de wet in de Kamer als een 'tussenstation' wordt gezien. Vanwege technische beperkingen bij de Belastingdienst kon een systeem waarbij u pas betaalt bij verkoop (vermogenswinstbelasting) voor aandelen nog niet in 2028 worden ingevoerd. In het coalitieakkoord staat het streven om dit in 2029 alsnog aan te passen, zodat onverkochte beleggingen niet meer jaarlijks belast worden.

Wat betekent dit voor spaarders?

Voor u als spaarder verandert er veel, maar het systeem wordt wel transparanter:

  • Alleen belasting over ontvangen rente: U betaalt geen belasting meer over een fictief percentage. Alleen de euro’s die u daadwerkelijk aan rente ontvangt tellen mee.
  • De 'vrijstellings-grens': Omdat de vrijstelling van €59.357 (kapitaal) verschuift naar €1.800 (rendement), hangt het van de rentestanden af of u gunstiger uit bent. Bij een rente van 2% betaalt u pas belasting als uw totale spaarsaldo boven de €90.000 komt. Bij een hogere rente bereikt u de belastinggrens eerder, bij een lagere rente later.
  • Gemengd vermogen: Heeft u naast spaargeld ook beleggingen? Let dan op: de waardestijging van uw aandelen telt mee voor diezelfde grens van €1.800. Hierdoor kan uw spaargeld indirect sneller belast worden omdat de 'vrijstellingsruimte' al is opgesnoept door de koerswinst op uw aandelen.

Kortom, voor de pure spaarder is het nieuwe stelsel eerlijk: u rekent af over wat u echt krijgt. Voor wie ook belegt, wordt de administratie in 2028 uitdagender door de belasting op